Hekje bij het ravijn

Systeemrisico – een onbedwingbare reflex?

(Juni 2009)

Harold de Boer

Managing Director / Head of R&D

Hekje bij het ravijn

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Wie dit spreekwoord gebruikt, bedoelt meestal dat preventieve maatregelen pas genomen worden als het kwaad al is geschied. Maar als boerenzoon ken ik de ware tragiek. Nadat de put gedempt is, komt de rest van de veestapel om van de dorst. Veel crises zijn het gevolg van reacties op de voorgaande crisis. Dit geldt in het bijzonder voor financiële crises. Met als terugkerend fenomeen: het hekje-bij-het-ravijn effect.

In een land, geografisch ver bij ons vandaan, is een ravijn. Dat is gevaarlijk, maar tegelijk aantrekkelijk voor toeristen. Die vinden het spannend. Je kunt er onmetelijk ver de afgrond in kijken. Iedere toerist benadert het ravijn op zijn eigen manier. Ervaren bergsporters zekeren zichzelf aan de achterliggende rots. Anderen houden elkaar vast. Weer anderen schuifelen voorzichtig richting de rand. En onvermijdelijk zijn er ook jongens die stoer doen. Zo heel af en toe valt zo'n durfal naar beneden. Meestal met dodelijke afloop.

De lokale overheid is hier niet gelukkig mee. Ze besluit maatregelen te nemen. Ze plaatst een hekje bij het ravijn. Dat heeft grote gevolgen. Bijkans niemand zekert zich meer. Wie voorheen behoedzaam schuifelde, stormt nu onverschrokken naar het hek. Mensen die zich vroeger niet bij het ravijn waagden, laten zich nu door touroperators omhoog voeren. Het toerisme bloeit als nooit tevoren. Complete schoolklassen hangen tegen het hek. De enkele scholier die wat terzijde staat, wordt door ijverige schoolmeesters achter het hek gedirigeerd.

En dan breekt het hek. Iedereen die er tegenaan leunt, stort de afgrond in. Allemaal dood. Het hekje bij het ravijn zorgt er inderdaad voor dat er minder ongelukken gebeuren. Maar als het toch nog fout gaat, is het meteen een ramp. Zie hier de systeemcrisis.

De kredietcrisis wordt vaak toegeschreven aan gebrekkig toezicht en onverantwoord gedrag van banken. Feit is dat er nog nooit zoveel toezicht en nog nooit zoveel aandacht voor risicomanagement is geweest als in de afgelopen jaren. Kijk alleen maar naar het aantal mensen werkzaam bij toezichthouders en op de risicomanagementafdelingen van banken, pensioenfondsen en andere beleggers. Vaak als reactie op eerdere ongelukken. De tragiek is dat al deze waakhonden met de beste bedoelingen teveel belegd vermogen naar hetzelfde hekje hebben gedirigeerd. En dat hekje brak. Te vrezen valt dat er als reactie weer nieuwe hekjes worden geplaatst.

Het lijkt een onbedwingbare reflex. Toen gemeenten en provincies kapitalen verloren bij Icesave, riepen kamerleden in koor dat lagere overheden alleen zouden moeten mogen bankieren bij tenminste dubbel A gewaardeerde banken. Deze kamerleden beseften kennelijk niet dat hun voorgangers in 2000 een soortgelijke Wet FIDO introduceerden, welke nou precies het hekje vormde waar deze avonturierende Icesaveklanten op leunden. Stel dat zo'n aanvullende regel wordt ingevoerd. En stel dat IJskast de dubbel A gewaardeerde bank is die de hoogste rente betaalt. Hoeveel overheidsgeld zal er dan bij IJskast worden geparkeerd? Zullen schatbewaarders die niet bij IJskast bankieren bekritiseerd worden? Zij laten immers geld liggen! Geld van de burger! Maar stel dat er vervolgens bij IJskast iets gebeurt waardoor de onafhankelijke kredietwaardigheids-beoordelaar zich genoodzaakt ziet de waardering te verlagen. Dan zullen de lagere overheden allemaal tegelijk hun tegoeden weg moeten halen bij IJskast. Dan krijgen we dus een door de wetgever afgedwongen run op de bank. Terwijl wij van de overheid in haar rol als toezichthouder juist verwachten dat zij ons tegen dit schrikbeeld beschermt.

Een eenmaal geplaatst hekje kan niet meer worden verwijderd. Wie er tegenaan leunen, zullen massaal de afgrond in storten. Om die reden kon DNB vorig zomer zijn twijfels over Icesave ook niet publiek maken. DNB kon alleen op de achtergrond Icesave proberen in te tomen. DNB zal ook nooit zeggen dat een bank absoluut veilig is, omdat DNB vervolgens onmogelijk kan zeggen dat die bank niet meer veilig is. Dit geldt voor iedere toezichthouder. Maar deze beperking wordt door weinigen beseft. En door velen niet geaccepteerd.

Gezonde marktwerking staat of valt met de aanwezigheid van voldoende onafhankelijke partijen die onafhankelijk van elkaar acteren.

De kredietcrisis, zeker de omvang ervan, is grotendeels het gevolg van verkeerde verwachtingen van onafhankelijk toezicht en onafhankelijk risicomanagement. Het laatste was tot norm verheven door toeziende marktpartijen (accountants, controllers). En inderdaad, als een onafhankelijke partij nauwlettend had toegekeken bij het handelen van Nick Leeson, was Barings Bank in 1995 niet kapot gegaan. Maar als alle banken hetzelfde risicomodel gebruiken of hun risico's laten berekenen door dezelfde onafhankelijke partij, dan zitten ze met z'n allen op hetzelfde moment fout. Dan gaan ze met z'n allen tegelijk kapot. Terwijl Barings gewoon in z'n eentje in het ravijn viel.

De meeste banken wensen geen volgende Barings te worden. Juist daarom hebben ze de afgelopen jaren ijverig gepoogd niet roekeloos te handelen. Daar hanteerden ze normen voor. Zo schreven interne regels voor dat kapitaal waarmee weinig risico mocht worden gelopen uitsluitend mocht worden weggezet bij partijen en in producten met een hoge kredietwaardigheid. Niet alleen veilig volgens de bank zelf, maar belangrijker nog, veilig volgens de onafhankelijke kredietbeoordelaar. Zo verrees het hekje.

En toen kwamen de touroperators. Amerikaanse hypotheekverstrekkers probeerden hun kredietrisico weg te zetten in de financiële markt. Bekend met de interne normen van de beoogde afnemers, wisten ze dat ze deze hypotheken daartoe zo moesten bundelen en verpakken dat ze voldeden aan de normen van diezelfde onafhankelijke kredietbeoordelaars. Dus dat deden ze. Om zuiver commerciële redenen. Het toerisme bloeide; de verpakkers liepen inderdaad binnen. En wat volgde is spreekwoordelijk geschiedenis.

Natuurlijk valt er kritiek te leveren op het risicomodel gebruikt door de betrokken kredietbeoordelaars. Maar eigenlijk is dat niet relevant. Ieder model heeft zijn tekortkomingen. Het ene meer dan het andere. En het model dat geschikt is voor de ene strategie is dat niet automatisch ook voor de andere. Maar voorop staat: elk risicomodel zal omvallen wanneer er zo massaal op wordt geleund.

Onafhankelijk risicomanagement is inderdaad belangrijk. Maar dan wel de juiste soort onafhankelijkheid. Gezonde marktwerking staat of valt met de aanwezigheid van voldoende onafhankelijke partijen die onafhankelijk van elkaar acteren. Die op verschillende momenten besluiten te kopen of te verkopen. Die aan dezelfde positie een verschillende waarde en een verschillend risico toekennen. Marktwaarde en marktrisico zijn abstracties. Daar kan geen financieel stelsel op leunen.

In een globale economie zullen we als internationale gemeenschap een keuze moeten maken. Wat hebben we liever: elke vijf jaar een enkele omvallende bank, of elke vijftig jaar een instortend financieel stelsel? Kiezen we voor het eerste, dan ligt daar een belangrijke taak voor de toezichthouders. Die moeten waken voor overbelaste hekjes. Niet door pogen te controleren of risicozoekers hun risico's goed meten, niet door voor te schrijven hoe ze dat moeten doen, maar door erop toe te zien dat risicozoekende partijen hun risico's zelfstandig en werkelijk onafhankelijk van elkaar meten. Niet volgens een algemeen geaccepteerde norm, niet volgens afgesproken standaarden, maar op een voor de betreffende partij relevante wijze.

Dit is geen gemakkelijke taak. Individuele marktpartijen zullen blijven neigen naar het systeemrisico. Al was het maar omdat zij zelf niet die ene omvallende bank willen zijn. Ook vanuit de politiek hoeven de toezichthouders weinig support te verwachten. Elke keer als er weer een onverschrokken toerist in het ravijn valt, zullen populistische politici elkaar overschreeuwen in hun roep om nieuwe hekjes.